Home    Over Christie    Algemeen    Behandelingen    Links    Contact        

     historie
     gereedschap
     zelftest
     bitten

Zelfonderzoek

Praktijktest  |  Vraag en Antwoord

Hoe kan ik als paardenbezitter controleren of het paard een behandeling nodig heeft

De zelftest bestaat uit 2 delen. In het eerste gedeelte wordt er uitgelegd hoe het het hoofd van het paard gecontroleerd kan worden op afwijkingen en problemen. In het tweede gedeelte worden er vragen gesteld waardoor er verschillende problemen herkend kunnen worden.


Praktijktest

De zelftest geeft de mogelijkheid om vanaf de buitenkant van het hoofd wat verschillende testen te doen. Deze zijn ongevaarlijk om zelf uit te voeren. Door uitleg en een foto wordt aangegeven hoe het hoofd bekeken en afgevoeld kan worden.

1. Het hoofd controleren op verdikkingen of asymmetrie
2. De temporales-spier controleren op bespiering
3. De onderkaak afvoelen op verdikkingen.
4. Het kaakgewricht contoleren op gevoeligheid.
5. De snijtanden contoleren op ongelijkheid.
6. De zijkant van de wang en mondhoeken controleren op beschadigingen.
7. Bekijk het lichaam van het paard

1.Het hoofd controleren op verdikkingen of asymmetrie.

 

 

 

Als je recht voor het paard gaat staan en met 2 handen op gelijke hoogte het paard afvoelt, kun je een vergelijking maken van beide zijden. Let hierbij ook op of het paard gevoelig is op bepaalde plekken.

 

 

 

 

2.De onderkaak afvoelen op verdikkingen.

 

 

 

Bij het afvoelen van de onderkaak begin je boven in de ronding van de onderkaak. Volg de kaaklijn naar beneden tot aan de snijtanden. Controleer of er verdikkingen zijn van de kaak en of er gevoeligheid is op een bepaalde plek. Voel ook tussen de twee kaakhelften of het paard verdikkingen heeft.

 

 

 

3. De Temporales-spier controleren op bespiering.

 

 

 

De temporales-spier bevindt zich aan beide kanten op het voorhoofd. Deze spier speelt mee bij het vermalen van het voer. Door te kijken naar de hoeveelheid bespiering van deze spier kan het ons vertellen hoe actief deze gebruikt word. Ook kunnen beide kanten met elkaar vergeleken worden, hierbij zien we vaak dat 1 kant meer bespierd is. Dit geeft dan aan dat het paard een voorkeur heeft voor een bepaalde kant met eten.

 

 

4. Het kaakgewricht controleren op gevoeligheid. 

 

 

 

Door op en om het kaakgewricht te drukken, kan er gekeken worden of het paard hier gevoelig voor is. Vergelijk beide kanten op dezelfde plekken en gevoeligheid. Bij een gebit  dat niet in balans is en geblokkeerd is zien we meestal overgevoeligheid in het kaakgewricht.

 

 

 

5. De snijtanden contoleren op afwijkingen.

 

 

Bij het voorzichtig openen van de lippen zijn de snijtanden te zien. Kijk of de snijtanden recht zijn en geen afwijkingen vertonen. Bij jonge paarden is het belangrijk om te kijken of er losse melktanden aanwezig zijn.

 

 

 

 

 

6. De zijkant van de wang en mondhoeken controleren op beschadigingen.

Kleine kale plekjes kunnen onder andere ontstaan ter hoogte van de neusriem. Dit wordt meestal veroorzaakt door de scherpe randen die zich onder de neusriem bevinden. Bij het openen van de mondhoeken kan gekeken worden naar beschadigingen. Deze kunnen door verschillende redenen ontstaan. Het paard is bijvoorbeeld erg sterk doordat hij last heeft van zijn mond of een slecht passend bit.

7. Bekijk het lichaam van het paard.

Als we naar het lichaam van het paard kijken letten we vooral op 2 dingen. Hoe is het gewicht van het paard en hoe zit de vacht eruit. Als het paard moeite heeft zijn voer goed te vermalen en tot zich te nemen zullen we dat ook zien aan het lichaam. Het paard kan mager worden en zijn vacht dof.
 

terug naar boven

De vragen

Door verschillende vragen te stellen geeft het een beter beeld of het paard ergens last van heeft.
De vragen zijn in tweeën gedeeld. Er is een gedeelte wat over het eten gaat en een gedeelte over het rijden. Bij alle vragen zit een stukje uitleg. Beantwoord de vragen en probeer uit te vinden of er eventueel problemen zijn bij het paard.


 Als we kijken naar de manier van eten.

Eet het paard langzaam?
Paarden die een slecht gebit hebben zullen niet snel eten. Het eten wordt uiteindelijk wel opgegeten, maar het kan lang duren.

Maakt het paard proppen?
Als het paard moeite heeft met eten vallen er vaak proppen uit de mond. Als het paard proppen maakt zien we vaak al grotere problemen in de mond.

Eet het paard aan beide kanten?
Als het paard eet is het duidelijk zichtbaar hoe hij met zijn onderkaak maalt. Let hierbij op of de onderkaak naar beide kanten makkelijk beweegt tijdens het eten.

Sopt het paard met zijn hooi in de waterbak?
Soms wil het paard het hooi nog wel eens soppen als er scherpe randen op de kiezen zitten. Door het hooi nat te maken wordt het zachter en is het makkelijker te verwerken in de mond.

Maakt het paard een raar geluid met eten?
Bij blokkades en onbalans in het gebit kan het kaakgewricht soms een klikkend geluid maken. Ook kunnen de kiezen een soort blokkerend geluid maken waarbij de maalbeweging abrupt ophoud. Oudere paarden kunnen een piepend geluid maken tijdens het eten, dit komt doordat het paard losse kiezen heeft. Bij een goed functionerend gebit klinkt er tijdens het eten een grof geluid en maalt het paard met een vrije beweging.

Als we kijken naar de aanleuning:

Is het paard recht in de aanleuning?
Asymmetrie komen we erg veel tegen in het gebit. Er kunnen verschillende oorzaken zijn die er voor zorgen dat het paard niet fijn op twee teugels loopt. Voorbeelden zijn dat het paard aan 1 kant een grote haak heeft of een doorgeroeide kies. Het paard zal aan die kant zwaarder en stugger aanvoelen met rijden. Een wolfskies aan 1 kant kan ook een oorzaak zijn. Het paard wil aan die kant geen aanleuning geven en ontloopt de hand.

Is het paard overgevoelig?
Overgevoeligheid kan ook verschillende oorzaken hebben. Scherpe randen zien we vaak als oorzaak. Doordat de neusriem over de kiezen heen ligt kan dit erg pijnlijk zijn. De wolfskiezen kunnen ook tot overgevoeligheid leiden. Het paard is bang voor het bit en is snel geneigd achter het bit te lopen. Een niet goed passend bit is ook iets om zeker niet te vergeten. Het is van belang dat het bit goed in de mond ligt en niet op vervelende plekken drukt.

Is het paard zwaar en stug in de aanleuning?
Bij een geblokkeerd kaakgewricht zien we vaak een stug paard onder het zadel. Als de onderkaak geen vrijheid meer heeft om te bewegen is het voor een paard onmogelijk om zijn kaakgewricht te ontspannen. Doordat het bit vaak ook geen fijne ligging heeft in de mond houdt het paard het soms tussen zijn eerste kiezen vast.

Vertoont het paard raar en onverwachts gedrag met de aanleuning?
Door pijn in de mond kan het paard met rijden raar en onverwachts reageren. Vaak zien we dit op het moment dat de teugels worden aangenomen. Het paard kan dan bijvoorbeeld gaan staken, steigeren of bokken. Dit kan een aanwijzing zijn dat er iets in zijn mond aan de hand is.

Steekt het paard zijn tong naar buiten?
Door afwijkingen aan de kiezen kan het zijn dat het bit geen fijne plek in de mond heeft. Dit kan aanleiding geven voor het paard om met zijn tong het bit te verplaatsen en daarbij zijn tong naar buiten steekt. Bij paarden die een dikke tong hebben en weinig ruimte voor het bit zien we ook dat de tong naar buiten komt. Bij deze paarden is het van belang dat het bit niet te dik is.

terug naar boven

[ print deze pagina ]